Je zonneschermen hangen nog buiten, maar nu oktober is aangebroken vraag je je af of het tijd is om ze op te rollen tot volgend voorjaar. Dat doen de meeste mensen. Wat ze daarmee missen: op een heldere oktoberdag kan de laagstaande zon via je ramen merkbaar bijdragen aan de warmte in huis, en een goed gepositioneerd scherm bepaalt mede hoeveel van die warmte je behoudt of verspilt. Zonneschermen en energiebesparing in het stookseizoen, de meeste mensen leggen die twee niet naast elkaar.
Het misverstand: zonneschermen zijn niet alleen voor de zomer
De meeste mensen rollen hun screens of lamellen in september of oktober omhoog en laten ze daar zitten. Het idee is begrijpelijk: zon weren doe je in de zomer. Maar een zonnescherm doet meer dan zon blokkeren. Het vormt ook een extra laag tussen de buitenlucht en je raam, en die laag heeft een reëel effect op warmteverlies. Wie zijn schermen de hele winter neergeklapt houdt, of ze juist nooit gebruikt als het koud is, laat energie weglopen die hij makkelijk had kunnen vasthouden.
Wat een zonnescherm doet met warmte
Een raam laat warmte op drie manieren passeren: door geleiding via het glas zelf, door luchtstromen langs de rand en via straling. Een zonnescherm speelt vooral in op die laatste twee. Buitenzonwering kan directe zonnestraling voor een groot deel buiten de deur houden, maar in de winter werkt het omgekeerd: als het scherm neergelaten is, dempt het ook de warmteafgifte van het raam naar buiten toe.
Het verschil zit in de positie. Een scherm dat vlak voor het glas hangt, vangt een deel van de koude buitenlucht op en creëert een dunne luchtlaag. Die stilstaande lucht isoleert. Niet spectaculair, maar meetbaar.
Hoeveel warmte verlies je via glas?
Glas is een slechte isolator. Een enkel glas heeft een U-waarde van ongeveer 5,8 W/m²K. Dat betekent dat per vierkante meter glas, per graad temperatuurverschil, bijna 6 watt warmte naar buiten lekt. Dubbelglas zit rond de 2,8 tot 3,0, modern HR++ glas op 1,1 tot 1,4.
Een buitenzonwering, dicht voor het glas, kan de effectieve U-waarde van een raam met 0,3 tot 0,8 W/m²K verbeteren. Dat klinkt klein, maar stel dat je drie ramen van elk 2 vierkante meter hebt. Bij een buitentemperatuur van 5 graden en een binnentemperatuur van 20 graden is het verschil 15 graden. Met een verbetering van 0,5 W/m²K bespaar je per uur: 0,5 x 2 x 3 x 15 = 45 watt. Over een dag zijn dat ruim 1 kWh, over een stookseizoen van 180 dagen ruwweg 180 kWh.
De zonnige winterdag: scherm omhoog
Hier zit het echte potentieel. Op een heldere winterdag in november of december valt er door een raam op het zuiden makkelijk 200 tot 400 watt per vierkante meter aan zonnestraling naar binnen. Die energie verwarmt je vloer, meubels en lucht volledig gratis. Een neergelaten scherm blokkeert die warmtewinst. Op een zonnige dag rol je je scherm dus omhoog, ook als het koud is buiten.
De vuistregel: als je schaduw ziet op je gevel en de zon laag staat, is het rolluik of screen aan de zuidkant een obstakel, geen hulp. Omhoog dus.
De koude, bewolkte dag: scherm neer
Op een bewolkte januaridag is er geen zonnewinst te halen. Het scherm doet dan juist dienst als extra isolatielaag. Laat het neergelaten, zeker ’s avonds en ’s nachts. Een goed geplaatst buitenscherm vormt samen met het raamglas een kleine luchtspouw die warmte tegenhoudt.
Dit geldt ook voor de oost- en westzijde van je huis. Die ramen vangen in de winter nauwelijks nuttige zon maar koelen je woning wel af als ze onbeschut zijn.
Welk type scherm presteert het best in het stookseizoen?
Niet elk scherm werkt even goed als winterisolator.
- Buitenzonwering (screens, rolluiken, cassetteschermen aan de buitenkant) presteert verreweg het best. De luchtlaag tussen scherm en glas zit aan de buitenkant, waardoor de kou al vóór het glas wordt tegengehouden.
- Binnenzonwering (rolgordijnen, jaloeziën, plissés) heeft veel minder effect op warmteverlies. De warmte is al door het glas heen als het scherm iets doet.
- Cassetteschermen met zijgeleiding scoren extra goed omdat ze aan de randen afsluiten en zo tocht en koude luchtval langs het raam minimaliseren.
Als je de keuze hebt, kies dan buitenzonwering met een gesloten cassette en zijgeleiders. Dat is de combinatie die in het stookseizoen het meeste oplevert.
Positie en stand: hoe je het meeste haalt uit wat je al hebt
Een screen dat half neergelaten is en bol staat in de wind doet weinig. Hoe dichter het scherm tegen het glas hangt, hoe beter de isolerende luchtlaag werkt. Zijgeleiders zijn daarvoor cruciaal. Zonder geleiders ontsnapt de koude lucht langs de randen en is het effect minimaal.
Hellingshoek speelt ook een rol bij uitvalschermen boven dakramen. Een grotere helling vermindert de luchtspouw en daarmee de isolatiewaarde. Hou de luchtlaag zo uniform en dik mogelijk, zonder tocht.
Concreet rekenvoorbeeld: een tussenwoning in Gent
Stel: een doorsnee rijtjeswoning met drie HR-glas ramen op het zuiden, elk 1,8 m². U-waarde van het glas is 1,4 W/m²K. Met buitenzonwering daalt de effectieve U-waarde naar ongeveer 1,0 W/m²K op koude, bewolkte dagen.
Verbetering: 0,4 W/m²K. Totaal glasoppervlak: 5,4 m². Temperatuurverschil op een koude dag: 15 graden. Besparing per uur: 0,4 x 5,4 x 15 = 32 watt. Per dag (aangenomen 10 uur nacht en bewolkt): 0,32 kWh. Over 120 bewolkte of koude nachten per stookseizoen: ongeveer 38 kWh elektriciteitswaarde aan warmte. Omgerekend naar aardgas (met een rendementswaarde van 0,9): zo’n 4 tot 5 kubieke meter gas per stookseizoen voor die drie ramen alleen.
Dat lijkt weinig, maar voeg de nachtelijke uren bij andere ramen op de noord- en oostkant toe, en het loopt op. Bovendien zit de echte besparing in de zonnige winterdagen waarop je het scherm omhoog rolt en gratis zonnewarmte binnenlaat. Die passieve zonnewarmte kan op een heldere dag in december de verwarming van de zuidkamer volledig overbodig maken.
Combineren met andere maatregelen
Zonneschermen werken het best als ze deel uitmaken van een breder aanpak. Goede gordijnen binnenshuis vullen aan wat een buitenscherm doet: ze vormen een tweede laag en verminderen koude luchtval langs het glas. Let er wel op dat gordijnen niet voor verwarmingselementen hangen; dan stuur je warmte de verkeerde kant op.
Goed raamdichting en tochtstrips langs het kozijn aangevuld met een goed aansluitend buitenscherm, geeft het beste resultaat. Ventilatie moet je daarbij bewust inzetten: ’s ochtends even doorluchten, daarna ramen dicht en schermen strategisch inzetten op basis van zon of bewolking.
Drie vuistregels voor wie direct wil beginnen
Vuistregel 1: Op zonnige dagen in het stookseizoen gaan de schermen aan de zuidkant omhoog, ook als het buiten koud is. Laat de zon zijn werk doen.
Vuistregel 2: Zodra de zon weg is, van bewolking of omdat het donker wordt, gaan de schermen neer. Zeker op de noord- en oostkant, maar ook op het zuiden als de zon weg is.
Vuistregel 3: Investeer als je toch nieuwe zonwering overweegt in buitenzonwering met zijgeleiders. Die combinatie betaalt zich in het stookseizoen terug, niet alleen in de zomer.
Je zonneschermen nu al opbergen is een gemiste kans. Op zonnige dagen in het stookseizoen laat je warmte binnen door het scherm omhoog te laten, bij bewolking en ’s nachts rol je het naar beneden om warmteverlies te beperken. De besparing per scherm is bescheiden, maar over een heel stookseizoen telt het op, zeker in combinatie met gordijnen en goede raamdichting. Het kost je niets extra.